4 dec. 2010

04-12-2010. TRIMLOOP, ASSEN
Diever is de eerste loop die afgelast wordt. Met pijn in het hart van de organisatie. Wij volgen de weersberichten ook op de voet. Sneeuw en ijzel wordt er verwacht. Nog niet direct op zaterdag morgen. Maar in de middag zullen de eerste vlokken vallen.

Na wat wikken en wegen kiezen we voor Assen. Voor ons toch het minst ver. Egbert schrijft zich in voor de vijftien kilometer. Ik voor de twaalf. Mans is er ook naar Assen gekomen om kilometers te vreten. Hij zal samen met Egbert gaan lopen. Die twee hebben nog veel te bepraten. Ze hebben elkaar dan ook in geen weken gezien. Misschien loop ik nog rondje extra dan heb ik er ook vijftien opzitten. Ik zie wel. Eerst maar eens kijken of er in het bos goed te lopen is. De baan is in ieder geval wit van de sneeuw.

Maar wat doe ik met Hondje? Ze kan in de auto blijven. Dat vind ik saai voor haar. Anneke en Piet zijn er niet. Als Anneke er zou zijn is Hondje onder de pannen. Anneke loopt graag met Hondje wanneer haar Piet aan het rennen is. Ze zullen wel andere plannen hebben. Was Piet niet geblesseerd? Dat is waar ook! Vandaar dat ze er niet zijn! Ik dub nog even om Hondje bij de start en de finish te laten. Maar daarvoor vind ik het eigenlijk te koud. 'Loop je met me mee Hondje? Vindt je dat leuk?' Hondje lijkt te knikken. In Sappermeer had ze ook acht kilometer met me meegelopen. Dat ging goed. Ik waag het erop. Het is toch maar een trimloop. De gelopen tijden komen niet op het internet. Wat kan mij dan nog gebeuren?

Hondje en ik gaan helemaal achteraan staan. Zo lopen we niemand in de weg. Het startschot gaat. Eerst een ronde over de baan. De snelste lopen al van de baan af als Hondje en ik halverwege zijn. Dan ruim twee en een halve kilometer door het bos. Het parcours is goed te belopen. Hondje loopt mooi mee. Ik laat haar loslopen omdat ik de ervaring heb dat ze dan beter meeloopt. Natuurlijk blijft ze af en toe wat achter. Gelukkig trekt ze dan snel een sprintje om mij weer voorbij te rennen. Het word lastiger als we andere loslopende honden tegenkomen. Die honden willen spelen of snuffelen. Hondje is er meestal niet van gediend. Zij loopt het liefst met een grote boog om de andere honden heen. Af en toe stop ik omdat ik denk dat hondje te ver achterblijft. De eerste ronde zit erop. De speaker prijst Hondje.

We gaan onze tweede ronde in. Hondje neemt nog even de tijd om te rollenbollen in het sneeuw. De tweede ronde gaat net zo goed als de eerste. Het verbaast mij dat Hondje er nog steeds zin in heeft. Meestal heeft ze het hardlopen snel gezien. Ze is geen echte hardloophond. Wel achter een haas of een konijn aan. Dat vindt ze prachtig! En achter een ree aanhollen kan haar ook bekoren. Maar lopen zonder doel... Daar ziet ze het nut niet van in. Gelukkig gaat het vandaag goed. De speaker looft en prijst haar de hemel in.

Als we over de baan in de derde ronde lopen gaat ze afsnijden. Ze staat stil halverwege de baan. Kijkt hoe en waar ik loop. Dan holt ze snel het middenveld over om bij het hek weer keurig mee te lopen. Ik ken dit van haar. Ze is slim. Loopt geen onnodige stukken. Ik vind het komisch en lach erom in mezelf. Onderweg in de derde ronde neemt ze de tijd om met een stok te spelen. Dolle pret heeft ze in haar eentje. Ook zien we nog een andere hardloper met zijn hond. Die twee gaan sneller dan wij.

De vierde ronde! Weer dezelfde truc. Afsnijden waar het kan. Ze gaat weer mee met blijde zin. Onderweg zien we een klein lopertje lopen. De jongen vindt het leuk dat Hondje meeloopt. Acht jaar is het ventje. Hij vertelt dat hij een zusje heeft van één jaar. Dat hij nu een grote broer is. Dat ze zelf ook een hond hadden. Een boxer. Deze hond is twaalf jaar geworden. Giovanni, zo heet het knaapje, wil wel weer een hond. Helaas: zijn vader en moeder hebben het te druk. Zij vinden het voorlopig wel goed zo. Het jongetje verteld dat hij op atletiek zit. En dat hij altijd rent. Ook naar school! Al kletsend komen we op de baan. Giovanni zijn moeder staat bij de finish. Zij is trots op haar grote zoon.

Hondje en ik hebben nu twaalf kilometer gelopen. 'Zullen we nog een rondje lopen Hondje?' Hondje houdt haar koppie scheef. Nog een rondje?' Hondje twijfelt. Ik spoor haar aan. Ze loopt even mee. Het gaat niet van harte. De organisatie ziet het gebeuren en lacht erom. Ik verander mijn plan. 'Laten we Egbert en Mans tegemoet lopen! Als we ze tegenkomen dan lopen we met hen terug.' We lopen tegen de stroom in. Na een kleine kilometer zien we de twee mannen aan komen lopen. Hondje rent enthousiast op Egbert af. Ze wordt nog enthousiaster als ze merkt dat we terug naar de atletiekbaan lopen. Ze is nu helemaal niet moe. Vrolijk loopt ze voor de mannen uit. Ik er achteraan.


Bij de finsh worden we geprezen om deze supersnelle ronde. Wij lopers krijgen een beker warme thee. Hondje heeft ook dorst. Zij krijgt een beker lauw water van de organisatie.

Zien we daar een vlok sneeuw? Jawel! Het gaat sneeuwen. Steeds meer en steeds harder. Snel onder de heerlijke warme douche en dan naar huis.

Assen was voor ons de beste keuze voor vandaag.

Iris Bouman-Hoogerdijk