30 dec. 2010

29-12-2010. 6 Uurloop, Heerde

Waarom niet lopen als we lopen kunnen? De Gemzen in Heerde hebben met Cialfo een 6 uursloop georganiseerd! Op de baan! Jawel. Zes uur lang kunnen fanatieke atleten rondjes rennen. Wie doet nou zoiets? Gekken? Ja loopgekken! Ach ja, waarom ook niet? Jarenlang heb ik baantjes gezwommen in het zwembad bij ons in het dorp. Dat is net zo iets. Heen en weer, heen en weer. Tachtig baantjes in vijftig minuten. Ik voelde me net een goudvis in een kom. Dat gevoel bekruipt mij nu weer. De vier vrienden gaan er ook heen. Egbert is helemaal enthousiast. Ik zal wel zien. Frans heeft de bibberaties van dit vooruitzicht. Hij laat zijn trillende handen zien. Maar zijn ogen lachen van ingehouden pret. Nu is het geen 'moeten' om zes uur lang op die baan te lopen. Frans, Egbert en ik zijn dat ook niet van plan. Twee uur of misschien twee en een half uur... Langer ook niet.


De baan is de avond voor het evenement schoon geveegd door vijfentwintig vrijwilligers. Deze mensen hebben een lintje verdiend. De baan ligt er dan ook prachtig bij. Zelfs tijdens het hardlopen zijn er nog mannen bezig hier en daar een klont ijs van de baan te schrappen en daarna weg te vegen. De lopers zijn hen er dankbaar voor. Op de site van de Gemzen staat dat het waarschijnlijk niet eerder zo koud is geweest tijdens een zes uursloop. Ik wil het meteen geloven.

De start van de zes uurloop is om één uur. Voor ons is het ruim anderhalf uur rijden naar dit evenement. We hoeven ons vanmorgen niet echt te haasten. De snelwegen zijn ook goed te berijden. We tuffen dan ook met een lekker gangetje naar Heerde. We zingen met de radio mee. Eten een reep en drinken koffie onderweg. Hondje dut op de achterbank. Gezelligheid alom. Maar na Zwolle is het even schrikken. Eén of andere zot uit Hoogezand. Jawel uit Hoogezand!!! We herkennen dat race monster. Deze komt ons loeiend voorbij stuiven. Het blauwe millieuvervuilende monstertje stuitert ons voorbij. In die auto zitten vier oudere jongeren. Waarvan één net achter de geraniums vandaan geplukt is. Ze bulderen van het lachen. Lach maar! Wie het laatst lacht, lacht het best! Op de baan zal die ene het zweet in zijn schoenen voelen druipen. De ander zal zijn blauwe vingers in zijn mond moeten verwarmen. En die twee dames? Zij zijn onschuldig. Zij verdienen warme voeten. Want zij zullen voor ons zorgen alsof we hun dierbare achterkleinkinderen zijn. Wat kunnen die oudjes van tegenwoordig toch ondeugend zijn!

In de kantine van de Gemzen is het gezellig en warm. De vier vrienden zitten al aan een ronde tafel. Er zijn nog stoelen vrij. Even later staat de koffie dampend voor onze neus. Het is lachen om malle dingen. Peter zit aan de bar met loopgenoot Toon. Dat is leuk. Ik heb Peter alweer een tijdje niet gezien. Peter en Toon zullen samen een hele marathon op de baan lopen. Gijs zijn pet staat scheef. Dat niet alleen, er zit wel meer scheef bij Gijs. Maar lopen kan Gijs op zijn sloffen. Achter Ineke aan. Want Ineke is er ook. Met man en dochter en hond Bello. Anton is ook zo'n doorloper. Hij zal hier zijn kunsten weer vertonen. Sjoerd en Ronald zijn present. Sjoerd heeft sinds Sappermeer niet meer gelopen. Het wordt voor hem dan ook weer tijd om de benen te laten werken. Het liefst wil hij zes uur gaan lopen. Maar dat heeft Ronald hem uit het hoofd gepraat. Later blijkt dat Sjoerd het lopen niet verleerd heeft.

Er hebben zich veertig atleten voor de zes uurloop aangemeld. Als we op de baan staan wordt er gevraagd of de atleten voor de marathon aan de overkant van de baan willen starten. Dan doen ze gewillig. Zo zal hun afstand exact zijn wanneer zij finishen. De klok is startklaar. Het schot wordt gelost. De atleten zetten de eerste stap van vele duizenden. Niet bij nadenken. Lopen! Egbert heeft gezegd dat hij niet snel zal gaan. Ook ik maak er geen wedstrijd van. Gewoon lekker lopen. Het is koud de eerste kilometer. Maar al snel worden mijn handen lekker warm en heb ik geen last meer van de kou. Na een half uur gaat de marathon estafette van start. Het is een leuke afwisseling voor ons langlopers. Vier teams doen er aan mee. Ook een team uit België. Een team van de eigen club en een jeugdig team. Een atleet uit België is duidelijk herkenbaar aan het shirt met een Belgisch biermerk. Wat kunnen sommige estafette lopers snel lopen! Ik zou willen dat ik het zo snel kon. De rondjes zelf tellen doe ik niet. Ik vertrouw op mijn chip. Elke ronde een piep of twee. Het is een leuk geluid. Er lopen veel fotografen langs de baan. Onze eigen fotograaf Toli is ook druk aan het schieten. Gea filmt het loopgebeuren. Hennie past ondertussen op Hondje. En zo draaien we de rondjes. Ik word ingehaald. Ik haal in. Zo gaat dat op de baan. Na een uur horen we door de luidsprekers hoeveel ronden elke atleet heeft gelopen. Dat is leuk om te horen. Zo weten we wat de anderen gelopen hebben en natuurlijk het aantal van onszelf. Egbert en ik hebben even veel ronden erop zitten. Dat gaat goed zo. Alhoewel ik wel denk dat hij al een kleine ronde verder is dan ik ben. Het eerste uur zit er op! Daar gaan we weer. De klok telt af. Ik neem me voor om twee uur te blijven lopen. Heel misschien maak ik er twee en een half uur van. Maar ik ben er niet zeker van. Als Egbert door blijft lopen loop ik ook door, neem ik me voor. Heel af en toe zie ik hem niet lopen. Hoe kan dat nou? Hij is duidelijk herkenbaar in zijn oranje jasje. Maar bij een verzorgingspost zie ik zijn jasje hangen. Hij heeft het dan waarschijnlijk te warm. Een ronde later is zijn jasje weg. Toch te koud zonder jasje? Het tweede uur zit er op. Ik zie Egbert bij Gea en Hennie staan. Hij stopt ermee. Ik loop nog een paar rondjes door en stop ook. Frans wil nog vijf rondes lopen. Dan heeft hij zijn doel bereikt. In de uitslagen lijst zie ik dat ik één ronde meer gelopen heb dan Egbert. Mooi zo! Daar deed ik het voor. Na het douchen drinken we met ons allen nog een kop koffie. Blij nemen we afscheid van elkaar. Tot vrijdag in Duitsland!

Iris Bouman-Hoogerdijk