15-01-2011. Winter Marathon, Spier.Het was een latertje gisteravond. Met pijn en moeite strompelen we ons bed uit. Het harde winterlicht klapt in mijn ogen. Mijn hoofd zit nog vol slaap. Na een blik op de wekker ben ik klaar wakker. Opschieten! Hondje naar buiten. Brood smeren. Sportkleding in de tas. Hardloopschoenen mee. En gaan!
Vandaag geen autoruiten krabben. Het meeste ijs en sneeuw is verdwenen. Voor ons lopers mag die kouwigheid uit de lucht. Wij hebben het wel gezien. De winterfans hebben hun portie gehad. Zij kunnen tevreden zijn, denken de hardlopers.
We rijden relaxed naar Spier. Hondje op de achterbank. Zij weet nog niet dat ze straks de Gea gaat ontmoeten. Ja, de vier vrienden zullen er ook zijn . Wie is er niet bij een loop van de DWF runners? De marathons van Ronald en Sjoerd zijn tot over de grenzen bekend. In de eerste plaats om de prachtige natuurgebieden waar deze twee mannen de lopen organiseren. In de tweede plaats de uitmuntende verzorging door de dames Gea en Hennie. En dan een prachtige oorkonde, na afloop, door Sjoerd ontworpen en uitgevoerd. Bovendien, en dat is voor de zuinige Hollander belangrijk: het lage inschrijfgeld. We krijgen er gratis gezelligheid bij. En natuurlijk lachen we heel wat af. De grappenmakers onder ons zijn er bij. Gijs bijvoorbeeld. Hij is altijd in voor een kwinkslag. Vooral vandaag. Want vandaag is zijn ‘vriendin’ er bij, zegt hij. Haar naam is Annie.. Of Annie zelf weet dat ze een vriendin van Gijs is betwijfel ik. Ook Truus is één van zijn ‘vriendinnen’. Tante Truus is het voor Gijs.
Op het parkeerterrein staat al menig auto van een hardloper. Als wij uitstappen komen de vier vrienden er aangereden. Hondje kwispelt dat het een lieve lust is. Voor haar is er maar één de belangrijkste: Gea. Terwijl Gea Hondje zoet houdt wisselen wij het laatste hardloopnieuws uit. Gezamenlijk lopen we naar de tent om in te schrijven. De koffie staat klaar. Daar wordt al gretig gebruik van gemaakt. Koek is er in overvloed. Ook dat laten de lopers niet staan.
Er is vandaag veel belangstelling voor deze wintermarathon. Niet alleen de marathonafstand kan gelopen worden. Ook zes of twaalf en achttien en zelfs vierentwintig en dertig en zesendertig kilometer is in het programma opgenomen. Genoeg te kiezen. Daarom meer deelnemers dan anders. Blije Reina laat haar gezicht ook weer eens zien. Zij heeft het plan drie ronden te gaan lopen. Ook Egbert en ik hebben voor de achttien komma twee kilometer gekozen. Het is tenslotte een bosloop en dat kan best zwaar lopen worden. En als we willen mogen we doorlopen. Voor de organisatie is het geen probleem. Zij noteren elke ronde de tijden van de lopers. Annie zal dertig kilometer lopen. Ook Joke en Pieter kiezen voor deze afstand. Zij trainen voor de Asselronde. Voor hen is het zaak om de kilometers in de benen te krijgen. Zo heeft ieder een doel voor ogen. Frans wil vandaag meer dan een halve lopen. Net als Cora zal hij vierentwintig kilometer onder zijn zolen laten verdwijnen. Ook Ans heeft voor deze afstand gekozen. Er zijn atleten onder ons die nooit minder dan een hele marathon willen lopen. Ineke is zo’n atlete die door weer en wind een hele zal en moet lopen. Altijd fris van zin gaat ze van start. Zo ook vandaag. Haar man Jan assisteert Ronald met het noteren van de tijden. Er lopen ook een aantal Belgen en Duitsers deze lange afstand. Uiteindelijk gaat de Belg Watthy met het goud naar huis. Het zilver is voor onze trouwe loper Bennie. En het brons is voor onze Lex. Blije Reina is de eerste dame op de vier en twintig kilometer. Ze is een loopwonder. Met haar grote gezin had ze het deze morgen drukker dan druk. Heel het gezin ging sporten. De een hier en de ander daar. Reina bracht de jongsten op plaats van bestemming. Daarna kon ze pas naar Spier af reizen. Haar humeur lijdt er niet onder. Blij gaat ze snel van start. Na drie grote ronden heeft ze nog genoeg energie over voor de vierde ronde. Ondertussen schiet Toli mooie foto’s. Menigeen krijgt zijn webadres in de handen gedrukt. Zijn foto’s zijn het bekijken waard.
Als we van start gaan weet ik al dat ik Hondje in de derde ronde mee zal nemen. Voorlopig mag ze bij de Gea blijven. Egbert en ik lopen vandaag elkaar voor de voeten. In de eerste ronde is hij sneller en in de tweede ronde loop ik eerder langs de verzorging. Het bos is drassig en zompig. Veel plassen en modder. Het loopt zwaar en ik ben blij dat ik voor de achttien kilometer gekozen heb. Als ik mijn derde ronde in ga, roep ik Hondje. Zij is blij dat ze mee mag lopen. Nou heb ik wel een bord gezien dat honden aan de lijn moeten. Daar trek ik mij niks van aan. Ook niet dat Egbert er mij nog voor waarschuwt. De dames Gea en Hennie doen er nog een schepje bovenop. Vol branie roep ik dat Egbert de bekeuring wel zal betalen. Daar heeft hij geen oren naar. Ik dreig hem, als hij niet betaalt, hij dan maar in zijn eigen bedje moet gaan slapen. Hij lacht schamper. Daar gelooft hij niets van. Hij kent mij al een beetje. ‘Je zult het meemaken Eg!’roep ik. ‘Wanneer zien we nou een boswachter? Nooit toch!’ Hondje loopt mooi het tempo dat ik loop. Zij vindt het ook leuk om bij Egbert te gaan lopen. Na een paar kilometer ziet Egbert een auto, waar normaal geen auto’s rijden. Een boswachter? Hij denkt van wel. Over zijn schouder roept hij naar mij dat de boswachter achter ons aanrijdt. ‘Paniekzaaier’, denk ik. Toch gaan we versnellen. Ondertussen bedenk ik een list. Stel je voor dat Egbert gelijk heeft. Wat doe ik om onder een bekeuring uit te komen? Ik neem me voor om mijn vrouwelijke charmes in de strijd te gooien. Tenslotte heb ik Egbert ook gestrikt. Dus zo’n boswachter zal ook wel om te turnen zijn. Helemaal gerust ben ik er niet op. Wat zal ik doen? Zeggen dat Hondje bij Egbert hoort? Fijn dat Hondje naast Egbert loopt. Ik zie een hardloper in het wild plassen. Mooi! Dat zal ik die boswachter zeggen als hij mij staande houdt. Ondertussen gaat er weer een kilometer voorbij zonder dat er iets gebeurt. Dan zie ik Toli foto’s maken. Van hem krijg ik ook nog een waarschuwing. Ja, hoor! Nou weet ik het wel. Al die brave oudjes, denk ik mopperend in mezelf. Waren dat nou jongeren van de jaren ’60? Waar is hun bravoure gebleven? Gesmolten als sneeuw voor de zon? Een geluk dat ik niet zo braaf ben geworden. Braaf is saai. Maar ondertussen vrees ik de boswachter. Als we nou maar in het gebied van de loslopende honden komen? Dan kan die man me niets meer maken. Zie ik de finish al? Nog niet. Ik slip door de modder. Wordt vastgezogen in het zand. Een bocht... Hoera! De finish! Puf puf! Hijg hijg! Zonder bon de finish bereikt.
Een beker warme thee van de dames. Een lange vinger van de schaal. Niks aan het handje. Er wordt nog uitgebreid over het loslopen van Hondje nagepraat. Egbert is er zeker van de het een boswachter was. Ik ga me omkleden en neem een grote pluk mos mee voor in de tuin. Ook dan mag niet. Lekker puh!
Iris Bouman-Hoogerdijk