1 jan. 2011

31-12-2010. Silvesterlauf, Jemgum, Duitsland

De wegen zijn redelijk goed berijdbaar. We wagen het er op om, zonder winterbanden, naar Duitsland te rijden. Het is niet ver over de grens. Het moet kunnen. SV Ems Jemgum organiseert vandaag de 6de Silvesterlauf. Vijf of tien kilometer mogen we daar glibberen. Van dat glibberen weten we nog niet als we vertrekken. We verwachten een redelijk goed beloopbaar parcours. Anders zou het toch afgelast zijn? Ja, dat denken wij in onze kinderlijke onschuld. De vier vrienden komen ook in Jemgum. Daar verheugen wij ons op.

Wanneer we de auto parkeren, op het spiegelgladde parkeerterrein, zien we de auto van de vier vrienden al staan. Hand in hand lopen we naar de ingang van de kantine. Waarom hand in hand? Verliefd? Ook dat. Maar ook omdat we steun zoeken bij elkaar op de gladde ondergrond. Heelhuids komen we binnen. De vier vrienden zitten al te ginnegappen achter de koffie. Egbert gaat ons inschrijven. Hij beheerst de Duitse taal goed. Ik voeg me bij de vier. Hondje maant Gea aan tot spoed. Kom op met dat broodje', lijkt ze te zeggen. Gea gehoorzaamt. Hondje hapt van het broodje. Hondje smult ervan en lust nog véél meer. De ouwe 'Geranium zitter' is er ook. Hij belooft mij een gifgroene gieter. Daar houd ik hem aan. Toli gaat vandaag ook lopen. Mét fototoestel. Hij zal veel moois zien onderweg wat het vastleggen waard is. Vandaag krijgen we geen startnummer. De tijden worden niet genoteerd. Dat is vandaag wel erg prettig. Het parcours is één en al sneeuw en ijs.

Een startschot? Daar doet de organisatie vandaag niet aan.We schuifelen achter de organisatie aan, een veerooster over, naar de dijk. Want... dat wordt ons beloofd, daar is het minder glad dan hier. We mogen na het bruggetje gaan lopen. Ik houd Egbert zijn hand vast. De lieverd vind het best. Hij wil mij steunen in goede en in slechte tijden. Oftewel: op goede en op slechte wegen. Ik maak daar dankbaar gebruik van. Frans loopt een eind voor ons. Na ruim anderhalve kilometer slaat hij linksaf. 'Is hier het keerpunt voor de vijf kilometer', vraag ik aan Egbert. Volgens hem niet. Frans duikt de struiken in. Hij heeft nu even andere plannen. De hele meute loopt door, zo goed als het kan. Soms zakken de schoenen wel vijftien centimeter de sneeuw in. Dat loopt niet gemakkelijk. Soms is het pad spiegelglad. Dat loopt niet gemakkelijk. Ik probeer op het besneeuwde gras te lopen. Dat is niet gemakkelijk. Dan de vele veeroosters die onze snelheid temperen. Dat is ook al niet gemakkelijk. Hier en daar lopen we op knisperende sneeuw. Dat loopt iets gemakkelijker. Al met al is het goed dat onze looptijden niet genoteerd worden. Het gaat vandaag alleen om het lopen. Geen PR geen winnen of verliezen. Alleen maar lopen, en als het kan, genieten van de omgeving. De zon schijnt en het wordt warm. Gelukkig heb ik mijn jasje in de kleedkamer laten hangen. Dat was een goede beslissing. Wat ik wel betreur is, dat ik mijn spikes niet meegenomen heb. Tip van Gea: Altijd meenemen.' Ik zal er aan denken. Nu heb ik er niets aan. Morgen gaan we in Glimmen lopen. Dan zal ik mijn spikes in mijn tas gooien.

Bij het keerpunt van de vijf kilometer laat ik Egbert los. Nu moet ik op eigen kracht terug lopen. Geen sterke arm waar ik op kan leunen. Egbert gaat de tien kilometer lopen. Ik krijg nog wat waarschuwingen van hem mee voor op de terugweg. Zo mag ik niet met vreemde mannen lopen, zegt Egbert. Vooral uitkijken voor de gladde stukken, zegt Egbert. Ga dan wandelen, zegt Egbert. En de veeroosters... voorzichtig hoor, zegt Egbert. Ja Egbert ja. Dahag Egbert! Loop nou maar door Egbert!' De schat. Een en al zorg om mij. Met de zon in mijn gezicht loop ik terug. Heerlijk! Het is als of ik op wintersportvakantie ben. Het gaat me beter af dan op de heenweg. Frans is in geen velden of wegen te zien. Jammer. Met hem mag ik wel lopen, van Egbert.

Bij de finish staat warme thee. Hoe het komt weet ik niet maar ik laat het bekertje uit mijn handen vallen. Ik krijg een nieuwe beker thee. Een andere atleet komt snel met een doek aan gelopen. Hij dweilt de thee van de grond. Ik schaam me dat de man dat voor mij doet. Helaas weet ik niet goed duidelijk te maken dat ik dat zelf wil doen. De man lacht vriendelijk tegen mij. Ik grijns schaapachtig terug.

In de kantine zitten drie van de vier al weer achter de koffie. Nu met een spekkedikke erbij. Gea vraagt of ik er ook een wil. Ik bedank ervoor. In mijn ogen zien ze er niet lekker uit. Hennie hapt er gretig van. Frans heeft voor ons allemaal de oorkondes gehaald. Ook de fraaie herinnering staat voor ons klaar. Als Toli en Egbert gedoucht hebben blijven we nog even keuvelen. Dan is het tijd om op te stappen. We zeggen: 'tsüss' tegen de organisatie.

Thuis bekijken we de oorkonde nog eens goed. We zijn onder de indruk van deze tekst:
'Wir wünschen Dir für 2011 viele Laufkilometer,
herrliche (Lauf) Erlebisse, vor allem aber Gesundheit und die nötige Portion Glück und Erfolg.'

Gaby Hommers


Iris Bouman-Hoogerdijk