20-02-2011 Crosslauf, Börger, DuitslandGisteren leek de lente in aantocht. Vandaag laat koning Winter zien dat hij nog niet weg is. De autoruiten moeten gekrabd worden. Dat is een werkje voor Egbert. Ik smeer de broodjes en maak de koffie. We gaan vandaag crossen in Duitsland. Een crosslauf van negen kilometer. Volgens Eg is het een zware loop met een heuvel erin van wel honderd meter hoog. Hij bespreekt met mij de tactiek van het lopen. Waar ik op moet letten en hoe ik mijn krachten het best kan verdelen. Ik knik en denk: ’klets jij maar. Ik loop op mijn eigen manier.’ Ach, die jongen bedoelt het goed. Hij wil het beste voor mij. En daar ben ik blij mee. Eg heeft een verrassing voor mij in petto. ‘Na het lopen’, zegt hij. Ik ben benieuwd.
Het is stil op de weg. We rijden dan ook relaxt richting Duitsland. Onderweg zullen we Mans oppikken. Hij is niet zo bekend in Duitsland als Egbert. Dus zal hij het laatste stuk achter ons aan rijden. De vier vrienden gaan op eigen kracht. Wij zullen hen in Börger ontmoeten.
De crosswedstrijden zijn al bezig als wij onze auto parkeren. Dat is heel gewoon. Elke afstand heeft zijn eigen starttijd. De langste cross is het laatst aan de beurt. Daar doen wij aan mee. De vier vrienden zitten al aan de koffie. Mans trakteert ons op een flinke mok koffie. En zo wordt het een gezellig half uurtje voor de start. Wat trekken we aan vandaag? Frans heeft drie lagen over elkaar aangetrokken. Ook zijn handschoenen trekt hij aan en zet zijn Egmond muts op zijn hoofd. Egbert is warmbloediger. Hij doet het zonder handschoenen. Ik bedek mijn oren en trek ook een paar handschoenen aan.
De mannen en vrouwen starten tegelijk. Gelukkig maar. Met mij erbij staan er drie vrouwen voor de streep. Wij lopen alle drie in een andere categorie. Dat is dan altijd prijs. Vierentwintig mannen hebben zich ingeschreven. De categorie mannen vijftig en vijfenvijftig is het best vertegenwoordigd.
Het startschot wordt gelost. Nog voor we de baan afgaan, loop ik achteraan. Heel even kan ik Egbert en Frans en de vijfenveertig plus dame in het vizier houden, Dat duurt niet lang. Nu loop ik alleen in het wald. Egbert had gelijk. Het is een zwaar en moeilijk begaanbaar parcours. Smalle paadjes zigzaggen door het kreupelhout. Boomwortels, gevallen takken. Eikels en dennenappels. Veel heuveltjes en daaltjes. De ergste is die heuvel van honderd meter hoog. Ik zie Toli bovenaan staan om foto’s te maken. Dat heeft hij goed bekeken. Spectaculaire foto’s kan en zal hij hier maken. Ik besluit ter plekke om me niet uit te sloven. Ik beklim op een matig tempo de heuvel. Maar als ik bovenop de heuvel sta dan slaat mij de schrik om het hart. Wat een diepte! Een gapende afgrond grijnst mij aan. Nog voorzichtiger daal ik de heuvel af. Ik bedenk dat ik me de rest van de cross gedeisd zal houden. Het is hier mooi en ik ga ervan genieten. De zon schijnt. Ik hoor het ruisen van de boomtoppen en de vogels fluiten. Prachtig is het hier. Ondertussen let ik goed op waar ik mijn voeten neerzet. Het is hier opletten en uitkijken.
In de tweede ronde lijk ik soepeler te lopen. Ik heb geaccepteerd dat ik ver achter de anderen aanloop. Dan is het maar zo. Iemand moet de laatste zijn. Als ik na mijn tweede ronde weer bij de baan kom, staat Egbert mij op te wachten. Hij loopt een stukje met mij mee. Dat is lief van hem. Toli maakt een mooie finishfoto. De vier vrienden bestellen een broodje braadworst. Ik ga douchen.
Als ik in de kantine kom is de prijsuitreiking net begonnen. Frans is eerste bij de mannen zestig geworden. Mans eerste bij de mannen vijftig. Egbert vierde bij de mannen vijftig. En ik... eerste bij de vrouwen zestig. We krijgen er een mooie oorkonde bij. Om dit te vieren bestelt Egbert een taart en koffie. Nog even napraten en dan zu hause.
Egbert heeft de verrassing nog voor mij. Ik gis. Zou hij mij ten huwelijk vragen? Wil ik dat? Heeft hij het plan zich met mij verloven? Zeg ik ja of ...nee? Heeft hij een doosje met daarin een gouden ring, bezaaid met diamanten, bij zich? In gedachten zie ik hem al op de knieën gaan, het prachtige doosje openen, om mij mijn hand te vragen. Neen! Drie keer neen!!! Gissen doet missen.
Hij rijdt naar het Kletterwald. Daar is een sprookjesbos. Prachtig! Wat leuk! Helaas.... is het gesloten. We wandelen nog wat rond en genieten van het mooie wald. Hondje gaat haar neus achterna. Egbert belooft dat we hier terug komen als alles geopend is. Dat sprookjesbos wil ik beslist zien. ‘Dat zal gebeuren’, antwoordt Egbert.
Nog even een plas in het wild, want ook het toiletgebouw is dicht, en dan rijden over ‘s heren zonnige wegen zu hause.
Iris Bouman-Hoogerdijk