23 mrt. 2011

20-03-201. Stadsparkloop, Groningen

We moeten vroeg opstaan vandaag. Niet alleen voor het lopen. Ik ga vanmiddag een workshop pottendraaien geven bij de Leeghte. De draaischijf en toebehoren willen we voor het lopen brengen. Dat lukt.

Het is niet gebruikelijk, bij de Stadsparklopen in Groningen, dat de dames Gea en Hennie meekomen. Gisteren, in Duitsland, heeft Hondje Gea lief aangekeken. Haar blik leek te zeggen: ‘Als jij en Hennie er morgen niet bij zijn, dan ga ik heel treurig zitten te wezen.’ Daar konden de dames geen weerstand aan bieden. Zij beloofden Hondje dat ze er bij zullen zijn.

We rijden op de A7 als er een blauwe VW invoegt. We geloven onze ogen niet. Het zijn de vier vrienden uit Hoogezand! Wat een leuk toeval! De auto van de vier schudt van het lachen. Ook wij lachen mee. Achter elkaar aan rijden we naar het Stadspark voor de laatste loop van dit seizoen. In april is er nog een extraloop en estafette. Bij de atletiekbaan stappen we uit. Hondje is helemaal blij als ze de vier ziet.

Frans begint weer in vorm te komen. Vandaag wil hij zestien kilometer lopen. Egbert en ik kiezen voor tien kilometer. Egbert zal het rustig aan doen. Ja, ja. Dat heb ik hem vaker horen zeggen. Frans gaat er een intervaltraining van maken. Goed idee. Laat ik dat ook doen. Dan hol ik achter Frans aan en doe wat hij doet. De Stadsparklopen zijn een trimloop. Er is wel een speaker of twee. En er staat een klok. Maar de tijden worden niet genoteerd. Dat mogen de atleten zelf doen.

Het is heerlijk weer. De zon schijnt en het belooft een mooie dag te worden. Dat is gunstig voor het lopen maar ook voor het evenement vanmiddag in ons dorp. Weerman Jaap Nienhuis zal het kunstpodium vanmiddag openen. Hij is dan wel verplicht mooi weer mee te nemen.

We gaan inschrijven. We krijgen ons nummer en Gea trakteert op koffie met koek. We vinden een tafel waar we met ons zessen om kunnen zitten. En zo zitten we een stief kwartiertje gezellig met een bakkie spraakwater. Niet dat we dat nodig hebben. Met ons zessen hebben we gesprekstof genoeg. De tijd vliegt als het gezellig is. We haasten ons om het één en ander uit te trekken. Nog even rekken en strekken en dan is het tien uur. Klaar voor de start! De speaker Theo heeft nog enkele mededelingen. Hij noemt ook nog even de site van Toli voor de foto’s van vandaag. Natuurlijk sta ik te glimmen van trots dat Toli genoemd wordt. Toli heeft er veel werk aan en dan is het leuk als zijn foto’s bekeken worden. Eigenlijk heeft hij geen klagen over belangstelling voor zijn site.

Het startschot gaat. Zoals ik bedacht heb, loop ik achter Frans aan. Na twee kilometer gaat hij in de laagste versnelling. Ik ook. Na een paar minuten versnelt hij. Doe ik ook. Weer langzamer. Weer sneller. En zo komen we bij de heuvel aan. Frans spurt naar boven. Ik erachter aan. Bovenop wandelt Frans. Ik wandel achter hem. Bij de verzorgingspost gaat Frans wat drinken. Ik loop door en interval wat in het wilde weg. Al met al loop ik zo tien kilometer. Als ik bij de verzorgingspost thee sta te drinken komt Frans langs. Hij gaat nog even door. Egbert zie ik in geen velden of wegen. Waarschijnlijk staat hij al onder de douche. Dat hij nog loopt merk ik later pas. ‘Het ging zo lekker’, was zijn verklaring. Hij heeft er dertien kilometer opzitten. We hebben het nog even gezellig met de vier vrienden. Maar dan moeten we toch afscheid nemen.

De opening van het evenement is om 13 uur. Daar willen we bij zijn. Mijn workshop pottendraaien begint om 14.15. Ik weet dat er veel animo voor is. Kinderen vinden het prachtig om een potje te draaien. En zo ben ik langer bezig dan er gepland is. Maar dat geeft niet. Het is prachtig weer en de kinderen zijn enthousiast. TV Blauwe Stad filmt ons en stelt aan verschillende kinderen vragen over het pottendraaien.

Als het evenement afgelopen is eten we nog wat en drinken een paar glazen wijn bij het open vuur tot het donker wordt.

Iris Bouman-Hoogerdijk