28 mrt. 2011



26-03-2011. Theo de Winterloop, Winschoten

Twee jaar geleden was ik nog fanatiek in het Univé loopcircuit. Dit jaar heb ik er nog geen één van het circuit gelopen. Daar gaan we nu verandering in brengen. De 18de Theo de Winterloop in Winschoten laten we onze neus niet voorbij gaan. In de eerste plaats is Winschoten niet zo ver van ons dorpje vandaan. Geen lange rit vandaag. Dat is ook wel eens fijn. We zullen vast en zeker een aantal clubleden ontmoeten. Een thuiswedstrijd ‘moet’ je lopen. Dan is het ook weer leuk om Harm Noor te horen en zien speakeren.

In de Parkhal is het inschrijven. Harm Noor is er al. Natuurlijk smokken we. Dat lijkt een traditie te zijn geworden. Wel een prettige traditie. Egbert staat erbij te lachen. Hij kan het aanzien en weet van ‘de hoed en de rand’. Blij Engeltje zit achter de inschrijftafel. Dat doet ze niet alleen. Oppas Hennie is er. Jan P zit ook op zijn post. En nog vele anderen. Jan P probeert Egbert te strikken voor de Klap tot Klaploop. Egbert houdt een slag om zijn arm. De Dollardrunners zijn ook met een groep gekomen. Engelina loopt tien mijl. Bernadette natuurlijk ook. Egbert gaat ook voor de langste afstand. Ik houd het bij vijf kilometer. Dat vind ik voor vandaag genoeg. Alie Oorbel heeft zich ingeschreven voor de tien kilometer. Of het zal lukken na haar blessure? Ook is ze snipverkouden. Ze ziet wel. Ze kan altijd omkeren.

Ik tob een beetje over hondje. Ondanks de frisse wind is het in de auto warm. Te warm voor Hondje? Ik vrees het wel. Oppas Hennie kan vandaag niet met haar wandelen. Zij moet op haar post zitten. Maar dan bedenk ik dat er een mevrouw in de Parkhal zit die waardevolle spullen in bewaring neemt. Hondje is ook waardevol voor mij. Misschien kan Hondje bij haar blijven. Ik vraag het haar. Warempel, ze doet het! Trijntje heet de mevrouw. Ik geef haar de autosleutel en mijn allerliefste bezit: Hondje. Aan Hondje leg ik uit wat de bedoeling is. Ze lijkt het te begrijpen en laat zich aaien door Trijntje.

Egbert en ik lopen naar de start. Er is wat gaande. Mensen staan langs de atletiekbaan. De baan wordt vrij gehouden. In het gedrang zien we blije Reina. We vallen elkaar nog net niet in de armen. Daar is geen ruimte voor. Het is een hartelijk weerzien. Snel worden er nog wat nieuwtjes uitgewisseld. Ondertussen horen we Harm Noor spreken. Hij geeft het startschot voor de wheelers. Het publiek applaudisseert. Ze rijden een ronde over de baan en gaan dan de weg op. Nu is het de beurt van de lopers. Wij dringen ons naar voren. Harm vertelt dat er vandaag 259 atleten aan de start staan. Hij is er verguld mee.

Het startschot klinkt gedempt. Gelukkig hebben lopers oor voor startschoten. In een mum van tijd zijn ze op weg naar de finish. Ik zie Reina schuin voor mij lopen. Zij gaat voor de zestien kilometer. Ik vermoed dat Egbert mij in zal halen. Dat merk ik vanzelf wel. We rennen het fietspad op. Een fietstunneltje door. Een flauwe bocht. Nog een bocht. Richting Finsterwolde gaat de meute. Dan word ik aangeraakt. He, bah! denk ik. Ik word bij de hand gepakt. Het is mijn Eggie! En zo lopen we even, liefjes, naast elkaar tot... Iemand roept: ’Geen klef gedoe tijdens het lopen!’ Om ons heen wordt er gelachen. Ook wij lachen. Dan geef ik Egbert een duw in zijn rug. Ik zeg dat ik ook niet van klef gedoe houd. Egbert lacht nog harder en versnelt. Ik kijk hem liefdevol na.

Al snel komt het keerpunt van de vijf kilometer in zicht. De weg terug hebben we het windje in de rug. Op zich is de vijf kilometer geen mooie route. Ik vind dat niet altijd belangrijk. Morgen gaan we lopen in Sneek. Alle kans dat het daar mooier is. Als ik de baan opdraai heeft Harm lovende woorden voor mij. Zo lovend dat ik een lichte blos op voel komen. Wat hij ook nog zegt is dat hij mij altijd vrolijk ziet. Nog nooit heeft hij mij met een narrig gezicht gezien. Nu ben ik wel verplicht om voortaan vrolijk te kijken als ik in zijn buurt ben.

De zon schijnt ondertussen. Ik ga snel douchen en haal Hondje bij Trijntje op. Hondje ligt aan haar voeten te slapen. Trijntje noemt Hondje haar waakhond. Hondje is lief geweest. Ze had geen kind aan haar. Ik bedank Trijntje.

Dan ga ik foto’s maken van de atleten die binnenkomen. We wandelen naar de brug. Ik zie Bernadette langs flitsen. Nog snel roep ik dat ze derde dame overall is. Wil en Alie lopen in haar buurt. Ook zie ik veel Aquilloers. Herkenbaar in hun geel/zwarte clubkleding. Anjo en Siep en Heiko en Piet. Teveel Aquilloers om op te noemen. Nog een paar mensen van de dinsdag training. Blije Reina komt lachend langs. Niet ver achter haar loopt Egbert. Ze hebben nog vijfhonderd meter te gaan. Hondje wil met Egbert mee rennen. Dat mag van hem. Hondje is blij. Opgetogen rent ze voor hem uit. Samen finishen ze.

Hondje krijgt zoveel aandacht de ze wel de kampioen van Winschoten lijkt. Egbert geniet zichtbaar van de aandacht die Hondje krijgt.

Iris Bouman-Hoogerdijk.