25 apr. 2011

24-04-2011. Geert Brettschneiderloop, Zwolle

Het is eerste paasdag. We hebben een gekleurd eitje achter de kiezen als we naar Zwolle rijden. De zon doet weer haar best. De airco draait op volle toeren. Maar wij gaan de Geert Brettschneiderloop lopen! Een dag niet gelopen is een dag niet geleefd. De vier vrienden blijven thuis, zij verwachten dat de paashaas langs komt hippen. Nou, mijn deur mag die haas voorbij gaan. Gelukkig voor die haas dat Hondje niet thuis is. Als er iets is waar zij graag op jaagt zijn dat hazen en konijnen. Mijn mailvriendin Myra loopt vandaag de Duin en Bollenloop. Zij is op haar paasbest gehuld in een nieuwe outfit. Weinig stof om het lijf en o zo verleidelijk! Kijk naar haar uit tijdens die loop. Ze is in een super kort looprokje en dito topje gehuld.

Bij de atletiek baan van av PEC is het al een drukte van belang. Het valt mij op dat veel atleten op de fiets zijn gekomen. Dat is heel gezond. Ik zou willen dat ik er fietsend naar toe kon gaan. Maar dat is te ver helaas. Wij hebben er een uur en een kwartier erover gereden om hier te komen. Als we uit de auto stappen voelen we de hitte al goed. De kinderloop is net van start gegaan. De kinderen rennen hun benen uit hun lijf. Ze zijn zo fanatiek! De kinderen die achteraan lopen, worden begeleid door de pappa’s en de mamma’s. Ze zijn nog te klein om alleen te hollen. In de kantine is het een gezellige drukte. Er worden nummers opgespeld, inschrijfbriefjes ingevuld en koffie gedronken. Mans is er. Egbert had wel gedacht dat Mans hier zou komen. Mans gaat vijftien kilometer lopen. Egbert tien, op zijn nieuwe schoenen. En ik loop vijf luttele kilometertjes. Egbert zal rustig gaan lopen om zijn nieuwe schoenen uit te proberen. Wel heeft hij het plan om een ronde extra te lopen als het goed gaat. Dat plan laat hij varen, als hij twee en een halve kilometer gelopen heeft. Het is te warm voor een forse inspanning. Voor Hondje zoek ik een plek in de schaduw. De microfonist zal een oogje op haar houden als ik loop. Voor de start zie ik een atleet in avVN tenue. Omdat ik lid ben van avVN spreek ik de man aan. We raken in gesprek en de man heet Jan. Jan S uit Steenwijk. Hij vertelt mij over zijn wilde loopplannen. Over zijn looptijden. Over onze leeftijden. We prijzen ons zelf dat we lopen zoals we lopen. We zijn bewust van ons geluk op deze mooie eerste paasdag.

Voor dat het startschot gelost wordt, waarschuwt de speaker ons voor de hitte. Vooral de vijftien kilometerlopers moeten oppassen, vindt hij. De man heeft gelijk. Voor sommigen kan het geen kwaad om nog een extra keer gewaarschuwd te worden. Jan van avVN gaat vijftien kilometer lopen. Hij ziet er goed getraind uit. Hij zal zijn hoofd er wel bijhouden. Dan gaat het verlossende schot. We rennen een kleine honderd meter over de baan. Gaan rechtsaf een tunneltje onderdoor en een haakse bocht rechtsaf een pad op dat stijgt. Een scherpe bocht naar links en dan een mooi fietspad op. Ik heb gehoord dat er een flinke heuvel in dit parcours zit. Nou maak ik me niet zo snel druk. Wandelen kan altijd als blijkt dat het te zwaar is. Niet dat ik dat graag doe, dat wandelen, maar soms kan het geen kwaad. Na een kleine twee kilometer komt de heuvel in zicht. Om me heen hoor ik roepen:’Kleine pasjes en de frequentie verhogen!’ Kleine pasjes doe ik vanzelf al. Maar of ik ze sneller kan doen als ik de heuvel oploop... Ik doe mijn best. Het valt niet mee. Ondertussen bedenk ik dat ik deze bult maar één keer over hoef. Voor de vijftien kilometerlopers is het drie keer. Heuvel af is ook niet gemakkelijk. Ook het dalen moet met beleid gebeuren. Voor de rest is het parcours redelijk vlak. Het is ook een mooi parcours en ik ben blij dat we voor Zwolle gekozen hebben. We hebben nog even aan de TT-run in Assen gedacht. Maar vorig jaar ging daar bijna alles fout wat fout kon gaan. We hadden geen zin meer in die toestanden. En zo loop ik al denkend onder de brandende zon. Soms in de schaduw en soms met een beetje wind erbij. Over het algemeen lijkt het windstil. Bij de baan aangekomen moeten we daar nog driehonderd meter lopen om te kunnen finishen. De tijd wordt genoteerd.

Heerlijk koud water staat voor het grijpen. Ik loop ermee naar Hondje die braaf in de schaduw ligt te wachten. Zij is reuze blij dat ik er weer ben. Samen gaan we naar de lopers kijken. Het is genieten van het commentaar dat de verzorgers geven. En zo gaat de tijd snel. Ik zie Jan S langslopen en Mans. Dan finisht Egbert. Zij schoenen bevallen hem goed. Nergens last van wat de schoenen betreft. De tweede keer dat hij de bult over moest heeft hij gewandeld. Die luxe gunde hij zichzelf. Hij gaat douchen en ik maak nog wat foto’s. Er komt een dame binnen. Ze roept: ‘Waar is de finish! Waar is de finish! ’Het lijkt mij dat ze dat voor de grap roept. Dat blijkt niet waar te zijn. Ze wordt opgevangen door twee mensen en naar de schaduw gebracht. Dan is het vrij snel weer goed met haar dank zij de goede opvang. Gelukkig maar. Jan S finisht in een mooie tijd. Hijzelf weet dat hij betere tijden kan lopen op deze afstand. Het is zon die parten speelt. Daar heeft vandaag ieder loper last van. Jan zit er niet mee. Ik maak wat foto’s van hem en wijs hem op de site van Toli. Daar zal hij op kijken. Weer een fan erbij voor Toli. We eten nog een broodje in de schaduw. Dan zoeken we een mooie, doch rustige plek op om de komende uren te relaxen.

Wat is het leven goed!

Iris Bouman-Hoogerdijk.