30-04-2011. OranjeRun, Oldehove
We parkeren vlak bij de, met rood-wit-blauwe vlaggetjes versierde, sporthal. De inschrijving is nog niet geopend. We eten een broodje. Drinken een kop koffie. Harm Noor parkeert zijn auto vlak bij de onze. Ik ga even een smok bij hem halen. We praten nog wat en Harm vertelt ons een geheim. We beloven hem dat we het niet verder zullen vertellen. Daar zullen wij ons aan houden. Dan kuieren we naar de inschrijving. Daar is het één en al oranje. Ook zijn veel lopers in het oranje gehuld. De één nog bonter dan de ander. Het is een leuk gezicht. Bij de inschrijving krijgen we een dubbel gebreide oranje das. Dat zal lekker warm zijn aanstaande winter. De meeste lopers kunnen niet op de winter wachten. Zij hebben de das nu al om de nek geslagen. Het staat erg leuk en feestelijk. Egbert heeft met Laurens staan praten. Hij is een collega van hem. Laurens heeft een belangrijke functie binnen de organisatie van deze run.
We lopen met Hondje naar de start. Daarbij hoop ik iemand te vinden die op Hondje wil en kan passen. Dan zie ik Wiebes lopen. Ik vraag waar zijn vrouw is. Wiebes weet al wat ik wil vragen. Dat kan niet doorgaan. Hij wordt door zijn trouwe echtgenote op de fiets begeleid tijdens het lopen. Bernadette en Flip zijn er ook. Velen vragen hoe het met Bernadette gaat. Zij is helaas nog niet terug op haar oude niveau. Het heeft zijn tijd nodig. Garmt is er met zijn zoon Martin. Ellie, de vrouw van Garmt, moet werken vandaag. Anjo van Aquilo is ook hier aanwezig. Ik zie nog meer Aquilo-ers in hun geelzwarte clubkleding.
Ik kan niemand vinden die Hondje onder zijn of haar hoede kan nemen. Dan moet Hondje maar bij de auto blijven. In de auto is het veel te warm. Ik maak haar vast aan de bumper. Zet een bak water bij haar neer. Ze ligt lekker in de schaduw zo. Ik druk Hondje op haar hart dat ze met niemand mee mag gaan. Hondje lijkt het te begrijpen. Ik vertrouw erop dat het goed zal gaan.
We dribbelen naar de start. Ook hier is alles rijkelijk versierd. Er zit een band te spelen. Daarbij zijn nog een paar kramen waar honger en dorst gestild kan worden. De halve marathon gaat tien minuten eerder van start dan de vijf en tien kilometer. We praten met deze en gene. Dan zie ik Minke tussen de lopers staan. Ook met haar babbelen we wat. Het is weer leuk om haar te ontmoeten. We wensen haar succes als het startschot is gegaan. Nu is het de beurt van de kortere afstanden.
Laurens is in overleg met de organisatie. Hij mag straks het lint doorsnijden. Dat mag geen seconde te vroeg gebeuren. Tien lange minuten staan we vooraan bij de startstreep. Eindelijk mogen we los. Harm Noor weet over enkele lopers heel veel te vertellen. Ook over mij. We lopen pal tegen de wind in. Ruim één kilometer! Als ik op mijn horloge kijk zie ik dat ik er zes minuten over gedaan heb. Dat zijn wel heel veel minuten. Als ik nog in een fatsoenlijke tijd wil finishen, dan moet ik de volgende vier kilometers wel heel erg snel lopen. Ik weet zeker dat me dat niet lukken zal. We hebben een kort stukje stevige zijwind. Dan is de wind weer tegen. Garmt vertelde voor de start dat het wel windkracht acht wordt. Daar valt niet tegenop te boksen. Natuurlijk zijn er ook stukken dat we meewind hebben. Maar dan lijkt het wel of het niet waait. Dan is de warmte goed te voelen. Het is ook nooit goed voor lopers. En zo hollen we door. Achter elkaar aan. Vijf kilometer valt te doen met deze wind. Als ik bij de finish kom heeft Harm weer het een en ander te vertellen over mij. We geven elkaar een high five. Dat is ook een leuke gewoonte geworden. Harm gaat snel door met andere lopers te noemen en te roemen. Daar is hij een meester in.
Na de finish is er drank en fruit in overvloed. Ik doe mij er tegoed aan en ga vlug naar Hondje. Hondje ligt nog rustig in de schaduw. Zij is blij dat ze mij ziet. Ik ben blij dat ik haar zie. Nu gaan we terug naar de finish. Ik houd mijn fototoestel in de aanslag. Alles wat leuk en interessant lijkt fotografeer ik. Dan finisht Egbert. Hij krijgt van mij een roos voor zijn prestatie. Daar is hij blij mee.
We blijven nog een tijd bij de sporthal hangen. Het is er zo gezellig. Maar na een paar uur gaan we toch maar eens op huis aan.
Iris Bouman-Hoogerdijk.