19-07-2011. 3de Brinkloop, Diever
Dinsdag Dieverdag. Ze zitten er allemaal als ik het Dingspilhuus binnen loop. Berend en Grietje, Herman, Karst en de vier vrienden. Egbert natuurlijk ook. Anneke en Piet zijn er nog niet. Zij zullen zo wel komen, het is nog vroeg. Hondje had de vrienden eerder in de gaten dan ik. Maar zij is dan ook gespitst op een broodje van de Gea. Dat broodje krijgt ze.
Het is druk in het Huus. Groep acht van de basisschool heeft een musical. Veel ouders, opa’s en oma’s zijn er op af gekomen. Zij willen hun kind zien schitteren op de planken. Jan Kooistra loopt bedrijvig heen en weer. Josefien maakt zich niet zo druk. Vandaag zit zij niet achter de inschrijftafel. Dat doen anderen hier. Frans wil zijn tijd van vorige week verbeteren. Hij heeft een heel systeem uitgedacht. Hij doet maar. Ik wil ook graag beter lopen dan vorige week. Maar wie niet? We zullen zien.
Ik heb een loopshortje in de uitverkoop gekocht. Op de hanger zag het er leuk uit. Toen ik het thuis aantrok was ik er niet zo weg van. Ik heb de shorts vandaag aangetrokken. Toli vraagt of ik ga voetballen. Lijkt de shorts daarop? Ik vraag het de dames. Zij vinden het wel leuk staan. Ik twijfel nog steeds. Ik vind de pijpen een beetje te lang. Afknippen? ‘Nee! Niet afknippen’, roepen de dames in koor. Nou dan laat ik het maar zo. Ik ook altijd met mijn (mis)koopjes. Gebeurt me vaker. Vanwege de lage prijs wil ik het dan hebben. Ik let er niet voldoende op of ik het wel echt leuk vind. Later komt de kater. Het is een grijs shortje en ik heb het nieuwste hardloopshirt van de strandlopen er op aangetrokken. Dat is een oranje shirt. Staat wel mooi bij grijs.
Het is best warm weer. Er staat weinig of geen wind. Ben ik te warm gekleed? Dat is altijd weer de vraag. Te veel of te weinig kleding om het lijf. Pas als je loopt weet je wat je aan had moeten trekken. Het startschot wordt vandaag gegeven door een oud burgermeester van Diever. Hoe hij heette ben ik vergeten. Voor ons lopers is het niet zo belangrijk. Als hij maar schiet zodat wij weg kunnen schieten.
Dat doen de meesten. Vooral Frans. In een mum van tijd zie ik hem de bocht omscheuren. Hij snijdt af waar hij afsnijden mag. (Omdat iedereen dat doet.) Ik volg hem zo lang mogelijk met mijn ogen. In de tweede ronde zie ik hem niet zo ver meer voor mij. Ik loop hem zelfs voorbij! ‘Wat is er aan de hand Frans?’ Hij is oververhit. Moet echt even kalm aan doen. Kleine kans dat hij zijn tijd van vorige week verbetert. Egbert haalt mij in. Jammer. Ik was hem graag voorgebleven. Het mag niet zo zijn. Niet zo erg. Egbert is veertien jaar jonger dan ik ben. Dan mag hij toch sneller lopen? Frans zie ik niet meer voorbij stuiven. Jan K laat heel Diever mijn leeftijd weten. Dat mag. Geen probleem. Hij is er, geloof ik, wel trots op dat ik nog op mijn leeftijd loop. Egbert finisht in een mooie tijd. Mijn finishtijd is beter dan vorige week. Dat stemt mij tevreden. Frans is minder blij. Volgende week mag hij weer een poging wagen.
We hebben het er nog over dat we Piet en Anneke niet gezien hebben. We vinden het vreemd. Maar verder denken we er niet over na. We gaan douchen en praten nog na over het gelopen loopje. Frans geeft toe dat hij te hard van start is gegaan. Dat heeft hem de das omgedaan.
We nemen afscheid van elkaar. De vier vertrekken naar Hoogezand. Egbert naar Groningen en ik naar Gouda. Als we nog even buiten staan te praten zien we Anneke en Piet aan komen lopen. Huh??? ‘Hoe kan het dat we jou niet gezien hebben tijdens het lopen?’Piet lacht wat schaapachtig. Of te wel: als een boer met kiespijn. Dan vertelt Anneke dat Piet niet gelopen heeft. Nou breekt onze klomp! Piet is hier én heeft niet gelopen? Hij helpt ons uit de droom. Hij was op weg naar Diever. Dit keer niet op de fiets maar op de scooter van Anneke. Krijgt Piet pech onderweg! De scooter staat bij Oude Willem. Piet heeft Anneke daar opgebeld. Zij is hem gaan halen. Dan toch maar even naar Diever gereden om te zeggen hoe Piet van deze pech baalt. Piet heeft nog een reden om even zijn neus te laten zien. Hij heeft een prachtig voetbalshirt aan van zijn favoriete club en een handtekening erop van een topvoetballer! Het shirt staat hem prachtig. Piet glimt van trots. Jan Kooistra komt eraan gelopen. Hij hoort het pechverhaal van Piet aan. Hij moet er om lachen. ‘Had je maar op de fiets moeten gaan’, zegt Jan, met een grote grijns op zijn gezicht. Arme Piet.
Iris Bouman-Hoogerdijk