24-12-2011. Gaasterlan-Run, Balk
De Gaasterlandrun is nieuw. Voorheen was het de Wilgenloop. Door weersomstandigheden kon de Wilgenrun een paar keer niet doorgaan. Er is naar een ander parcours gezocht. Daarbij hoort dan een andere naam. Voor mij is het helemaal nieuw. Ik heb nog nooit in Balk gelopen. Zelfs Egbert is hier nog nooit geweest. Dat wil heel wat zeggen.
De temperatuur is hoog voor de tijd van het jaar. De zon schijnt en er waait een stevig windje. Goed loopweer. Bij de voetbalvereniging is parkeergelegenheid genoeg. In de kantine van v.v. Balk is het een drukte van belang. Hondje hoort een bekende stem. Dat is Gea. Zij zit met een broodje voor Hondje klaar. Wij gaan inschrijven. Egbert voor de vijftien kilometer en ik voor de acht kilometer. We bekijken op een kaartje hoe de route loopt. Voor de beide afstanden is het één ronde. Dat is mooi. De kortste afstand start tien minuten na de langste afstand. Ook dat vind ik prettig. Zo hoef ik niet bang te zijn verkeerd te lopen. Jan Kooistra is er ook. Zal hij hier speakeren? Voorlopig zit hij gezellig te kletsen met de vier vrienden. Wij gaan er bij zitten. Maar niet voor lang. Ik vind het hier te vol en te benauwd. Frisse lucht wil ik om me heen voelen. Buiten waait een frisse wind. Dat voelt voor mij beter. Ik ben een buitenmens. Als het even kan ben ik buiten te vinden.
De zon schijnt nog lustig als de vijftien kilometer van start gaat. Mijn ogen zoeken Egbert. Ik ontdek hem niet tussen al die atleten. Wel zie ik Minke lopen. En tot mijn verbazing zie ik blije Reina in de voorste gelederen draven. Als de lange afstand weg is verzamelen de lopers van de acht kilometer zich onder het startdoek. Het is niet Jan Kooistra die de microfoon hanteert. Deze man ken ik niet. Het is, zo te horen, wel een echte Fries. We krijgen wat raad en adviezen van de man. Dan gaat de starttoeter. We rennen het voetbalveld af. Eerst naar rechts en dan naar links. De weg is lang en goed te belopen. Ik word heel veel ingehaald. Ga ik zo langzaam vandaag? Of rent iedereen zo hard? Ik twijfel aan mezelf en vrees dat ik straks helemaal achteraan loop te sukkelen. Het lijkt wel of ik geen gang heb. Waar ligt dat aan? Ik ga altijd wel erg laat naar bed. Bovendien ben ik bezig met een kamer te behangen. Dat kost natuurlijk veel energie. Maar aan de andere kant moet dat toch kunnen. Nou train ik ook niet optimaal. Misschien moet ik daar eens meer aandacht aan besteden. Dat lijkt me de oplossing. Volgende week serieuzer gaan trainen. Zie zo, dat probleem is opgelost. Nu deze loop uitlopen.
Tot mijn verbazing haal ik een dame in die mij al eerder voorbij liep. Ze liep mij zo kittig voorbij. Zij viel mij op vanwege haar shirt, daarom herken ik haar. Ook een man in een oranje shirt, met de naam Hans erop, haal ik in. Dat geeft mij een prettig gevoel. Minder prettig is dat de eerste twee atleten van de vijftien kilometer met lange en grote passen ons voorbij stuiven. Nou zijn zij wel tien minuten voor ons gestart. Maar toch... Het versterkt wel mijn idee om beter te gaan trainen. Als we de ingang van het voetbalveld passeren denk ik dat ik er ben. Mooi niet! We worden om de voetbalvelden heen geleid. Dat valt vies tegen. Nog een aantal honderd meter door het drassige gras ploeteren. Geestelijk werkt dit remmend. Er helpt geen lieve moeder aan. We zullen die laatste meters toch moeten lopen.
Na het finishen staat er heerlijke zoete thee klaar. Daar knapt een loper van op. Ik ga Hondje halen en we wachten samen, bij de finish, op Egbert. Ook Egbert heeft het moeilijk met de grote ronde langs de voetbalvelden. Niet ver achter hem komt blije Reina. Het is Egbert deze keer gelukt om Reina voor te blijven. Het is ook wel eens andersom geweest. Na Reina komt Minke binnen. En als Egbert uit staat te hijgen is Frans ook de finish gepasseerd.
Iris Bouman-Hoogerdijk.